Lied 601 uit het Liedboek

Licht dat ons aanstoot in de morgen

 

Licht dat ons aanstoot in de morgen

voortijdig licht waarin wij staan.

Koud, één voor één, en ongeborgen,

licht overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval, dat wij allen

zo zwaar en droevig als wij zijn,

niet uit elkaars genade vallen

en doelloos en onvindbaar zijn.

 

Licht, van mijn stad de stedehouder,

aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder,

draag mij, ik ben jouw kijkend kind.

Licht, kind in mij,

kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt

waar mensen waardig leven mogen

en elk zijn naam in vrede draagt.

 

Alles zal zwichten en verwaaien

wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien

en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen

zolang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren,

licht, laatste woord van Hem die leeft.

 

tekst: Huub Oosterhuis

 

0:00 / 0:00
Mijn vrede laat ik u
Close